Het verschil tussen overdag of ’s nachts wandelen
's nachts wandelen voelt anders dan overdag
Wie het al eens geprobeerd heeft herkent het, ‘s nachts wandelen is niet zomaar “lopen als het donker is”. Doordat er ‘s nachts andere processen in je lichaam plaatsvinden, vraagt fysieke inspanning veel van je. Eenvoudig gezegd denkt je lichaam namelijk dat het over moet schakelen op de “herstelstand”, terwijl jij maximale inspanning vraagt.
5km 's nachts voelt zwaarder dan 15km overdag
Je hebt vast wel eens van de “biologische klok” gehoord. Dit is het natuurlijk ritme dat je lichaam aanhoudt. Op verschillende momenten van de dag vinden er verschillende processen plaats. Wat er in de avond, nacht en ochtend in je lichaam gebeurt, heeft invloed op de moeite die het jou kost om door te blijven wandelen.
Rond 22:00u begint je lichaam met de productie van melatonine, het hormoon dat zorgt dat je slaperig wordt.
Gedurende de nacht gebeuren er een aantal dingen:
- Je parasympatisch zenuwstelsel wordt dominant: hierdoor daalt je hartslag en ontspannen je bloedvaten, waardoor je bloeddruk daalt;
- Je kerntemperatuur daalt (met 0,5 – 1,0°C);
- Je spijsvertering gaat in ruststand.
Bij een lagere temperatuur en hartslag kunnen je organen hun cellen vernieuwen en worden afvalstoffen in de hersenen beter afgevoerd.
Als je juist tijdens deze processen gaat bewegen, ga je tegen de natuurlijke rustbehoefte en herstelprocessen van je lichaam in. Dit kost aanzienlijk meer energie dan wanneer je dezelfde inspanning overdag levert.
Op welk moment merk je hier het meest van?
Tussen 03:00 en 05:00 uur bereikt je kerntemperatuur het laagste punt. Je spieren worden minder soepel en je reactievermogen is beperkt. Ook je cortisolspiegel is op dat moment erg laag. Dit hormoon helpt je normaal bij stress en fysieke inspanning.
Cortisol is namelijk niet alleen een “stresshormoon” dat je lichaam helpt om actie te ondernemen, het heeft ook een ontstekingsremmende werking. Het onderdrukt de signalen van lichte weefselschade en zwelling die tijdens het wandelen ontstaan, waardoor je er minder last van hebt.
Wanneer cortisol laag is, worden je zenuwuiteinden gevoeliger. Een beginnende blaar of een stijve knie die je overdag pas na 20 kilometer zou voelen, kan ’s nachts om 04:00 uur al voor veel ongemak zorgen.
Temperatuur
We noemden het net al even: ‘s nachts daalt je kerntemperatuur. Door je kerntemperatuur met 0,5 – 1,0°C te verlagen, bespaart je lichaam energie. In combinatie met een lagere buitentemperatuur kan dit ervoor zorgen dat je, zelfs als je flink doorloopt, toch snel afkoelt. We hebben een aantal praktische tips om je temperatuur op peil te houden.
TIPS OM OP TERMPERATUUR TE BLIJVEN BIJ ‘S NACHTS WANDELEN
Kleed je volgens het drie-lagen principe. Dat werkt als volgt:
- Draag een functioneel, nauwsluitend sportondergoed dat je transpiratievocht snel en efficiënt afvoert zodat je droog blijft. Sportondergoed dat wol van Merinoschapen bevat is hier bijvoorbeeld heel geschikt voor. Dankzij de materiaaleigenschappen helpt het bij het reguleren van je lichaamstemperatuur en het vocht.
- Draag daarover een soort “isolerende tussenlaag” die je helpt je lichaam warm te houden, terwijl het transpiratievocht afgevoerd wordt.
- Met de derde laag bescherm je je tegen invloeden van buitenaf. Door een winddicht jack aan te trekken, bescherm je jezelf tegen afkoeling door de wind. Een waterafstotend jack kan je beschermen tegen een regenbui. We adviseren je wel om erop te letten dat deze buitenste laag een goed ademend vermogen heeft. Als de lichaamswarmte die ontstaat tijdens het wandelen namelijk niet voldoende kan worden afgevoerd, ontstaat condensvorming aan de binnenzijde van het jack. Op dat moment word je alsnog nat via de binnenkant.
Lees meer over dit principe in een ander artikel.
Onze tweede tip voor het op peil houden van je lichaamswarmte is: zorg voor warmte van binnenuit door warme dranken zoals bouillon te drinken. Dit helpt tegen de kou en stimuleert op je spijsvertering.
's nachts wandelen: je zicht is beperkt
Als je wandelt in het donker zie je natuurlijk minder. Dit heeft op twee manieren effect.
Doordat je de ondergrond minder goed kunt zien, kun je minder goed anticiperen hoe je je voeten neer moet zetten. Daardoor krijgen wandelaars ‘s nachts eerder last van verzuring van de spieren in enkels en kuiten. Deze spieren zijn op dat moment namelijk meer aangespannen om stabiel te kunnen blijven lopen.
TIP: Je kunt ervoor kiezen om een hoofdlamp met een brede straal te dragen om deze vermoeidheid wat te beperken.
Het beperkte zicht heeft ook nog een cognitief effect. Doordat je ogen minder prikkels binnenkrijgen, moeten je hersenen harder werken om diepte in te schatten en eventuele obstakels te herkennen. Hierdoor is lopen in het donker ook mentaal vermoeiender.
Wandelen tot de zon opkomt
Voor veel wandelaar die ervaring hebben met een nachtwandeling is de zonsopkomst een bijzonder moment. Het is natuurlijk ontzettend mooi om de zon op te zien komen en de lucht te zien verkleuren aan het begin van de dag, maar het heeft ook nog eens een bijzonder effect op je lichaam. Het eerste daglicht zorgt er namelijk voor dat je lichaam omschakelt naar de “dagstand” en het wandelen weer minder energie gaat kosten.
Zodra het eerste (blauwe) daglicht je ogen raakt, stopt de aanmaak van melatonine en begint de productie van cortisol en adrenaline.
Krijg je het zwaar tijdens het wandelen in het donker? Onthoud dan dat de zonsopkomst eraan komt en je je dan door de veranderingen in je lichaam weer een stuk energieker zult voelen!