Het verschil tussen het trainen van spieren en pezen
Het menselijk lichaam bevat meer dan 600 spieren. Daar horen naar schatting ruim 1000 pezen bij. Al deze spieren en pezen werken nauw samen om beweging mogelijk te maken. Ook zijn ze cruciaal voor je houding en stabiliteit.
De opbouw van deze weefsels verschilt echter. Dat betekent ook dat je ze op verschillende manieren traint. Om te begrijpen waarom ze een andere aanpak vereisen, gaan we in op de verschillende eigenschappen van deze weefsels.
Spieren en trainingsopbouw
Spieren worden contractiele weefsels genoemd. Dat betekent dat ze zich samen kunnen trekken. Door samen te trekken en te ontspannen leveren ze kracht.
Hoe zijn spieren opgebouwd?
Spieren bestaan grotendeels uit spiervezels en zijn goed doorbloed. Deze vezels kan het lichaam relatief snel aanmaken en vernieuwen. Het herstel van spieren duurt doorgaans enkele weken.
Wat betekent dit voor de trainingsbelasting van spieren?
Door bovenstaande eigenschappen kan een spier relatief zwaar belast worden tijdens de training. Spierweefsels reageren snel op belasting en rust. Overbelasting leidt tot spierpijn, maar minder snel tot blessures of structurele schade dan bij pezen. Dit neemt niet weg dat een goede opwarming en trainingsopbouw ook van belang zijn voor spieren.
Pezen en trainingsopbouw
Pezen zijn sterke, taaie bindweefselstructuren die spieren met botten verbinden. Door hun elasticiteit maken pezen bewegingen zuiniger en soepeler. Ze zijn niet gemaakt om zelf samen te trekken, zoals spieren, maar om trekkracht te weerstaan.
Hoe zijn pezen opgebouwd?
Pezen hebben door hun samenstelling een lagere aanpassingssnelheid en langere hersteltijd dan spieren. Waar we bij spieren over een hersteltijd van enkele weken spreken, is deze bij pezen enkele maanden.
Dit komt doordat pezen voor het overgrote deel opgebouwd zijn uit collageenvezels. Dit materiaal geeft de pees zijn elastische eigenschappen, maar is ook relatief langzaam te vernieuwen. Daar komt nog bij dat de doorbloeding in pezen een stuk minder is dan in spieren, waardoor herstel een stuk trager verloopt.
Wat betekent dit voor de trainingsbelasting van pezen?
Om overbelasting te voorkomen moeten pezen dus op een geleidelijke, intensieve manier getraind worden. Dit betekent dat de opbouw van de belasting in kleine stapjes moet worden gedaan en dat consistentie belangrijk is. Plotselinge, grote belasting leidt snel tot overbelasting en blessures (peesontstekingen).
Conclusie: het verschil in het trainen van spieren en pezen
Door de verschillende eigenschappen van spieren en pezen bestaat het risico dat, bij verkeerde trainingsbelasting, de spieren als het ware “voor gaan lopen” op de pezen. Hierdoor ontstaat een groter risico op peesblessures. Doordat de spieren al eerder sterker worden dan de omliggende pezen, kan een sterkere spier te veel kracht uit gaan oefenen op een nog wat zwakkere pees. Daardoor kan er bijvoorbeeld een peesontsteking ontstaan.
Dit is de reden dat dit soort blessures vaak voorkomen bij beginnende sporters en bij herstartende hardlopers of wandelaars die hun training te snel opbouwen.
Voor een succesvolle training is het belangrijk om rekening te houden met de verschillen in hersteltijd van beide weefsels. Zo kun je je richten op zowel het geleidelijk versterken van de spieren als de pezen. Een zeer geleidelijke en rustige opbouw zijn nog eens extra belangrijk als je al last hebt van een peesblessure. Door rekening te houden met het verschil tussen het trainen van spieren en pezen kun je met plezier blijven bewegen.
In onderstaande tabel vatten we de eigenschappen van spieren en pezen nog eens overzichtelijk voor je samen:
| Spieren | Pezen | |
| Aanpassingssnelheid | Snel | Traag |
| Doorbloeding | Goed | Slecht |
| Reactie op rust | Snelle afname | Langzame afname |
| Beste training | Variabel, explosief | Langzaam, zwaar |